Giel Peetershof

Ereburger Egchel krijgt eigen woonwijk

Giel Peeters is een naam die vele dierbare herinneringen oproept bij mensen uit Egchel, Helden en Panningen. Voor velen was hij niet alleen een inspirerende pastoor, maar ook een vriend en actief verenigingsmens. Doën beej de minse. Altijd op pad voor de gemeenschap en op zoek naar waar hij mensen een helpende hand kon bieden. “Het is een mooi eerbetoon aan de eerste en enige ereburger van Egchel de nieuwe woonwijk aan de dorpsrand naar hem te vernoemen,” aldus Jac Wijnen, die de naam Giel Peetershof voordroeg. De naam past precies bij de gedachte achter de nieuwe woonwijk: samen en in vrijheid invulling geven aan de toekomst en je (t)huis. Goed voor mekaar.

Giel Peeters werd geboren op 7 februari 1933 aan het Mariaplein in Helden-Dorp. Hij was de vierde zoon van Gerardus Peeters en Henrica Bruijnen uit een gezin van tien kinderen. Op 21-jarige leeftijd trad hij in bij de Heren Lazaristen in Panningen en zeven jaar later werd hij tot priester gewijd. In het voorjaar van 1961 volgde de benoeming tot pastor voor de Nederlandse emigranten in Zuid-Frankrijk. Hij woonde bijna elf jaar bij een Franse pastoor in Saint-Laurent-de-Céris. Voor kost en inwoning verleende hij assistentie in drie kleine Franse dorpjes. Op 1 december 1971 werd hij aangesteld als legeraalmoezenier bij de Koninklijke Landmacht en te werk gesteld in ’t Harde, waar hij tevens pastoor werd van de parochie ‘De Goede Herder’. In februari 1974 werd Giel Peeters overgeplaatst naar de TRIS (Troepenmacht in Suriname) en woonde hij bijna twee jaar in Paramaribo. Op de Onafhankelijkheidsdag van Suriname (25 november 1975) keerde hij met de laatste Nederlandse militairen naar Nederland terug. De aalmoezenier ging vervolgens aan de slag op de kazernes is Roermond, Seedorf (Duitsland), Venlo en Weert. Toen zijn oud-leraar, pastoor Konings, vanwege zijn slechte gezondheid in 1990 naar het klooster in Panningen terugkeerde, ging Giel Peeters hem vervangen en werd hij waarnemend pastoor van de Sint-Jacobusparochie in Egchel. In 2009 overleed Giel Peeters op 76-jarige leeftijd.

Giel Peeters was niet alleen pastoor binnen zijn parochie, maar zette zich ook op verschillende vlakken in voor de gemeenschap. Zo was hij actief binnen vele verenigingen, een gepassioneerd columnist voor verschillende bladen en samensteller van vijf boekjes over de Pastoor van Chantresac. De Katholieke Bond van Ouderen (KBO) in Egchel kon ieder jaar op hem rekenen als quizmaster bij de jaarvergadering en vele kinderen van Egchel hebben les van hem gehad als godsdienstleraar op de basisschool. Kenmerkend was ook zijn droge humor. Tijdens zijn 50-jarig priesterfeest in Egchel werd hij benoemd tot eerste en tot nu toe enige ereburger. Nadat hij van alle kanten lof toegezwaaid kreeg, was zijn eerste reactie: “Ik heb nooit geweten dat ze in Egchel zo’n geweldige pastoor hadden.”
Het is dus niet voor niets dat de gemeenschap van Egchel de nieuwe woonwijk vernoemd naar hún pastoor. Giel Peetershof staat namelijk symbool voor de woorden: samen, vrijheid, natuur en toekomst. Giel Peetershof. Goed voor mekaar.
www.gielpeetershof.nl
@GielPeetershof

Uitslag naam plan “Willems” 

Zowel op de website als in Egchels Nieuws heeft een verzoek gestaan om een naam te bedenken voor het plan “Willems”. Tijdens de informatie avond op donderdag 27 januari 2011 zijn de meeste stemmen op Giel Peetershof gevallen

 

 

 

 

Ter herinnering aan

Giel Peeters CM

Geboren: Helden 7-2-1933

Overleden: Panningen 31-12-2009                                                                          ereburger van Egchel

Lid in de Orde van Oranje-Nassau

Wij hebben met intens verdriet totaal onverwachts afscheid moeten nemen van een zeer geliefde priester-Lazarist in hart en nieren: een diep gelovige, eenvoudige en sober levende priester. Een man die (te) weinig aandacht had voor zijn eigen welvaart, maar  anderzijds niemand aandacht kon weigeren die er om vroeg. “Nee zeggen” kon hij niet. Zijn ontelbare contacten en enorme kennissen kring had hij opgebouwd tijdens zijn werken onder Nederlandse boerenemigranten in Frankrijk en onder de Nederlandse militairen in Suriname, Duitsland en Nederland. De laatste 17 jaar lag zijn hart in Helden-Egchel. Giel was een zeer creatief priester, een volksmens en verteller pur-sang, die het evangelie van Jezus o.a. doorgaf middels zijn beeldende preken, vaak recht uit het leven gegrepen, en door middel van honderden verhalen over de “pastoor van Chantresac”.

Tijdens zijn weinige vrije tijd waren de bloemen zijn grote passie, maar bestreed hij soms met weinig succes het onkruid. Van alle kanten kreeg hij lof toegezwaaid tijdens zijn 50-Jarig priesterfeest in Egchel, bij welke gelegenheid hij de eerste en tot nu toe enige ereburger werd. Met zijn droge humor merkte hij toen op: “Ik heb nooit geweten dat ze in Egchel zo’n geweldige pastoor hadden”.

De familie verliest haar Pater Familias, de Lazaristen een gewaardeerd lid, Egchel een inspirerende pastoor en velen een goede vriend.

Zijn naam zal voor eeuwig staan geschreven in de palm van Gods hand.

Familie Peeters       Heren Lazaristen         Parochie Egchel

Voor uw blijken van medeleven danken wij u hartelijk.

De zeswekendienst zal worden gehouden op zondag 7 februari 2010 om 10.30 uur in de parochiekerk van de H. Jacobus de Meerdere te Egchel.

Viering 50 jaar priester

Zaterdag 25 juli

 

De kerk en ‘t Erf zijn versierd

Gouden Jubileum uit de krant van woensdag 22 juli 2009

Waarnemend pastoor Egchel Giel Peeters zat jarenlang als aalmoezenier bij het leger

 

Een priester met een junglediploma

Foto Stefan Koopmans

De 74-jarige Giel Peeters uit Helden viert zondag zijn gouden priesterjubileum. Een gesprek met een man die graag doën beej de minse staat.

door: Gertie Driessen

Een priester met een jungle­diploma. Het zal niet vaak voorkomen, maar Helde­naar Giel Peeters, tegen­woordig waarnemend pastoor in Egchel, heeft er een. Gehaald in Suriname, waar hij als aalmoezenier bij het Nederlandse leger zat. “Ik ging in die tijd vaker ‘de busch’ in. Op een keertje trok ik er samen met een kapitein op uit in van die uitgeholde boomstammen. We kie­perden om en werden drijfnat door de inboorlingen uit het water gevist. Dat kwam één of andere ho­ge pief ter ore. Ik kreeg op m’n so­demieter dat ik niet de jungle in mocht zonder diploma. Ik zeg: ‘Nou dan haal ik dat toch’.” Om het papiertje op zak te krijgen, moest de priester een week lang in de rimboe zien te overleven. “We hadden alleen rijst. De rest moes­ten we vangen. Heb toen voor het eerst in mijn leven aap gegeten.” Giel Peeters heeft verhalen te over. Sinds hij in 1959 tot priester is ge­wijd, heeft hij op heel wat plekken gezeten. Zoals alle lazaristen, die als missionaris over de hele wereld zijn uitgezworven. Peeters wilde na zijn priesterwijding eigenlijk naar Brazilië of Congo, maar werd uit­eindelijk naar Zuid-Frankrijk ge­stuurd. Om de geëmigreerde Nederlandse boeren bij te staan. “Ik sprak geen woord frans. Op geen gegeven moment moest ik daar bij de bis­schop komen. Die zat honderduit te vertellen. Ik verstond er niet veel van en zei op de gok ja en nee. Vraagt hij me hoeveel kinderen we thuis hadden, maar ik begreep het verkeerd. Dacht dat hij wilde weten hoeveel lazaristen er waren. Ik zeg doodleuk: een kleine vierduizend. ‘Ah, pauvre maman’ , roept die man.

Hoewel de Heldenaar met frisse tegenzin richting Frankrijk toog, beviel het hem zeer goed tussen de boeren. “Die kwamen met al hun problemen naar je toe. Je stond hiel doën beej de minse. Als het zo uit­kwam hees de priester zich in een overal en laarzen en hielp een handje mee in de stal en op het veld. Of met klusjes in huis zoals behangen en verven.”

Na een jaar of tien kwam Peeters terug naar Nederland. Kapelaan of pastoor worden, zag hij niet zitten in een maatschappij die sinds zijn vertrek helemaal veranderd was. Dus besloot hij als aalmoezenier het leger in te gaan. Als eerste post kwam hij op de Veluwe terecht. “Ik wist helemaal niks van het leger. Liep rond met een briefje in mijn zak met alle rangen en standen. Daar spiekte ik op als ik weer zo’n pief tegenkwam. Op een gegeven moment zie ik er eentje die niet op mijn briefje stond. Platte pet met rode band. Ik denk: ‘Da’s het leger des heils. Ik maak een grapje en zeg: ‘Hé, is de concurrentie ook hier?’ Bleek het een generaal.”

In 1974 kreeg de Heldenaar het ver­zoek naar het Nederlandse leger in  Suriname af te reizen. “Heb er een geweldige tijd gehad. Veel vrijheid. Tufte met een jeep het hele land door naar alle buitenposten. Ik werkte daar samen met een colle­ga-dominee. Black and white, noem­den ze ons.”     In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Tot 1992 werkte de Heldenaar nog als aalmoezenier bij de kazer­ne in Roermond en het Duitse See­dorf. Hartproblemen noopten hem het leger te verlaten. Sinds die tijd is hij waarnemer in Egchel, zoals hij zichzelf noemt, want pastoor is hij nooit willen worden. “Ik zou er eigenlijk alleen uithelpen, omdat de eigen pastoor ziekelijk was. Maar toen ik kwam, zei die: Nów gaan ich. Ik zeg altijd tegen de parochianen: we zijn hier allemaal vrijwilligers.”

Pin It on Pinterest